| "Vier Gebroeders" terug | |
Scheepsmodel van een ijzeren skûtsje. |
|
Beschrijving: |
|
De romp: Het voorschip is rond en heeft invallende boeisels. Het achterschip is rond en is niet gepiekt. De bodem is in het midden vlak. Het model van voor naar achter. Aan weerszijden van de voorsteven getande kluisborden (zonder kluisgat) en berentanden. Over de kluiborden hangen twee L-vormige katankers. Op het voordek ligt een metalen stokanker en twee opgerolde landvasten. Tegen de boeisels zijn op het voorschip twee bolders gemaakt. Voorts op het voordek het luikhoofd van het vooronder (met scharnierend luik) en een schuifluik dat wordt gebruikt wanneer de mast wordt gestreken het ondereind van de mast door te laten. Voor de mast de gebogen overloop van de fokkeschoot. Op de boeisels zijn houten zetboeisels geplaatst. In de voorste zetboeisels is de naam van het schip aangebracht: 'D. BLOM HINDELOOPEN VIER GEBROEDERS 32 TON'. De mastkoker is voorzien van houten klampen en een nagelbank waarop de vallen, de kraanlijn en de halstalie zijn belegd. Achter de mast het luikhoofd van het ruim. Dat wordt afgesloten met tweemaal dertien (genummerde) houten luiken. Op de luiken liggen los een loopplank, een pikhaan, een vaarboom en een stokdweil. Aan weerszijden van het ruim de gangboorden. De zwaarden hangen met een bout met splitpen aan de boeisels. De zwaarden zijn van hout. De koppen van de zwaarden en de randen zijn voorzien van metaalbeslag. Rond het boutgat een versiering in de vorm van een vijfpuntige ster. De metalen zwaardlopers lopen via een schildpadblok op de buitenkant van het boeisel, door een langgerekt gat in het boeisel daarachter, achter het zetboeisel langs en vastgezet op één van de twee metalen zwaardblokken. De zwaardlopers zijn getakeld met zwaardtalies die lopen door de twee metalen zwaardblokken en die zijn belegd op een metalen klamp op het achterbloeisel en die zijn opgeschoten op een haak daarachter. Achter het ruim de roef. Op het dak van de roef een houten (afneembare) schoorsteen die aan de bovenkant U-vormig is, zodat de schoorsteen ook die kan doek als mik. Voorts op het dak van de roef twee lichtkappen met tralies. De achterste daarvan is tevens het schuifluik van de roefdeur. De voor- en achterwanden van de roef zijn blind (geen lichtranden). In de achterwand aan bakboord een ovale lichtrand met tralies. Aan stuurboord is in de achterwand van de roef een dubbele houten deur gemaakt. Boven de deur de schuivende lichtkap. Op het achterdek een plank met voetlijsten, waarop de roerganger zich schrap kon zetten. Tegen de boeisel van het achterschip zijn bolder gemaakt. Op het achterdek een metalen lutsemmer. Aan de achtersteven is met drie roerhaken het roer opgehangen. Op het roer een hemhout dat aan de voorkant is voorzien van een koperen helmhouttonnetje (als handgreep). Op het helmhout een roerklik die met snijwerk is versierd: hoorn des overvloeds met tak. De rug van het roer is voorzien van metaalbeslag. Kleuren: De romp van het schip is geschilderd in de kleur havannabruin. Het onderschip is zwart. Het achterschip is voorzien van een okerkleurig veld. Ook de voorsteven en de achtersteven zijn okerkleurig. De zetboeisels zijn gelakt. De binnenkanten van de boeisels zijn havannabruin. De dekken zijn zwart. Het luikhoofd van het vooronder is havannabruin, evenals de mastkoker. Ook het luikhoofd van het ruim en de wanden van de roef zijn bruin. Het dak van de roef is lichtgroen. De lichtkappen, de schoorsteen en de deuren van de roef zijn gelakt. Het zwaard is gelakt en het metaalbelsag van het zwaard is donkerbruin. De ster rond het boutgat is wil. Het helmhout is groen met op de achterkant een rood-witte zandlopervorm. De roerklik is meerkleurig beschilderd: groen, gele bies, blauwe achtergrond, geel-rode hoorn en groene tak. Het roer is gelakt. Accessoires: loopplank, pikhaak, vaarboom, stokdweil, putsemmer. Afmetingenhoogte 155.0 cm breedte 35.0 cm lengte 73.0 cm |
|